Rotterdam IC 

Rachel moest op de IC blijven om te kijken of het goed bleef gaan. Ze kreeg een zuurstofbrilletje en een neus-maagsonde om mijn borstvoeding te geven. In haar eerste weekend was het zo spannend, ze kreeg vaker een apneu, ze had verhoging, het leek of ze epilepsie had. De artsen waren bang voor een infectie. Ze kreeg zoveel onderzoeken. We waren bang dat we haar dat weekend alweer terug moesten geven. Maar het ging na het weekend weer beter met haar. Een week na haar geboorte kregen we de verschrikkelijke uitslag; trisomie 13. Dit was erg moeilijk om te horen. Ik geloofde het gewoon niet. En ergens gaf het ook duidelijkheid na een heel spannend weekend wat we hadden gehad. We hadden net een mooie dochter gekregen en we moesten het over haar dood gaan hebben. Artsen gingen alles vertellen wat ze niet voor Rachel zouden doen; geen reanimeerbeleid, niet intuberen, geen 112... Dit omdat baby's met trisomie 13 of 18 zoveel afwijkingen kunnen hebben die medisch gezien niet te genezen zijn. Het moeilijke was, dat op dat moment eigenlijk helemaal niet helder was, wat Rachel precies had. Trisomie 13 is een verzamelnaam voor heel veel afwijkingen. Maar geen enkele baby is hetzelfde. Er zijn ook baby's die worden geboren met trisomie 13 die wel goede overlevingskansen hebben, omdat ze bijvoorbeeld geen hartproblemen hebben. Onder mijn verhaal, trisomie 13 vertel ik meer over deze chromosoomafwijking. Ido en ik geloven in een God van wonderen. Wij en samen met vele andere mensen hebben zoveel voor Rachel gebeden. 

Het verblijf van Rachel op de IC vond ik erg moeilijk. We konden namelijk niet 24 uur bij Rachel zijn. Ze lag tussen allemaal andere kinderen en er was geen ruimte voor een bed voor mij. Overdag en 's avonds probeerden we zoveel mogelijk bij haar te zijn. Daarnaast moest ik enorm herstellen van de zwangerschapsvergiftiging en van de keizersnede. Ido en ik sliepen eerst nog in het ziekenhuis, omdat ik nog een hoge bloeddruk had. Daarna konden we terecht in het Ronald Mac Donald Huis. Wat een fijne plek was. Elke nacht belde ik met de verpleegkundige om te vragen hoe het met Rachel ging. Ik miste haar zo. Ze was niet meer in mijn buik, maar ze was ook niet constant meer bij mij. Wat waren we blij op de dag dat ze naar de medium care afdeling mocht van het Sophia Ziekenhuis.